Soest is een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Utrecht. De gemeente Soest telt 45.733 inwoners en heeft een oppervlakte van 46,47 km². Soest, Soesterberg en Soestduinen zijn rijk aan duinen, bossen, heide en weilanden, grotendeels gebruikt als oefenterrein voor het Nederlands leger.
Overige kernen in Soest - Soestduinen
- Soesterberg
Herkomst van de naam Soest
De naam Soest: Zoys, Soyse, Suysen, Sose: Bron op de grens van hoge en lage grond. Of het komt van nederzetting aan 'zijde-oost'. De oorsprong van Soest ligt ook aan de oostzijde van de Engh.
Geschiedenis van Soest
De eerste sporen van bewoning rond Soest zijn terug gevonden in de Soesterduinen. Ongeveer 11.000 jaar voor Christus bevolkten enkele jagersgroepen deze streek. De vondsten bestonden uit enkele stenen werktuigjes uit 8000 voor Christus. De grafheuvels op de Engh en die in het Monnikenbos zijn van ongeveer 2500 voor Christus.
De eerste vermelding van Soest dateert uit 1028. In 2004 vierde Soest dan ook haar 975-jarig bestaan. Soest ontstond als een kolonie uit het dichtbij gelegen Amersfoort. De eerste boeren vestigden zich op de zuidoost helling van de Engh, een uitloper van de Utrechtse Heuvelrug. Zo waren ze beschermd tegen de Zuiderzee, die regelmatig de Eempolder overstroomde. De Engh werd ontgonnen en bemest, zodat deze geschikt werd voor akkerbouw. In de polder graasde het vee. De koloniegroeide uit tot een klein boerendorp. Ten westen, achter de Engh, lag het buurtschap Heze, dat ouder dan Soest was. Heze verdween echter doordat de stuifduinen, de tegenwoordige Soesterduinen, aan de wandel gingen en het buurtschap in de 15e eeuw begroef. De naam Heze leeft nu nog voort in de wijken Overhees en Hees.
Soest was regelmatig het strijdtoneel van militaire gebeurtenissen. Al in 1278 vond op de Engh een veldslag plaats tussen Holland en Utrecht. Door de stichting van het klooster Mariënburg in 1470 werd Soest belangrijker en op 26 september 1472 verkreeg Soest schepenrecht. Maar al aan het begin van de 16e eeuw werd Soest geplunderd en platgebrand door de troepen van Maarten van Rossum. De nonnen werden verkracht en van het klooster resteerde niets dan puin. In de 17e eeuw ontstonden Zoestdyck en 't Hart. 't Hart was een buurtschap, dat bestond uit schapenhouders en turfstekers. Turfsteken gebeurde overigens al in de 14e eeuw in het Soesterveen, maar intensiveerde in de loop van de 17e eeuw. De turf werd per boten, de zogenaamde pramen, over de Praamgracht naar de Eem vervoerd.
In 1650 liet de toenmalige burgemeester van Amsterdam een buitenverblijf bouwen langs de hoofdweg tussen Soest en Baarn, de Hofstede aen Zoestdijck, het huidige Paleis Soestdijk, dat inmiddels in het Baarnse gedeelte van Soestdijk ligt. In 1674 liet stadhouder Willem III het verbouwen tot jachtslot. Soestdijk werd een dorp met een aantal grote buitens, net als Baarn, terwijl Soest zelf, het hoofddorp, een slaperig boerendorp bleef. Soestdijk was rond 1890 een dorp waar de elite uit voornamelijk Amsterdam neerstreek. Zo waren er veel privéhuizen, maar ook verschillende hotels. De welgestelden kwamen naar Soestdijk vanwege de schone lucht en de mooie natuur.
In 1895 ging de Soester Paardentram rijden en in 1898 werd Soest aangesloten op het spoorwegennet. Rond 1900 telde Soest nog maar 4700 zielen. Pas rond 1920 groeiden Soestdijk en Soest aan elkaar. In 1945 telde Soest 16.000 inwoners. In de jaren zestig werd Soest 'gemoderniseerd'. Dat hield in, dat een aantal buitens gesloopt werd, zodat de oppervlakte van de tuinen extra ruimte opleverde voor woningbouw en omdat het onderhoud van de villa's gewoon te kostbaar was geworden. De hoofdstraat van Soestdijk onderging een metamorfose, wat achteraf niet bepaald een verbetering is geweest. De statige herenhuizen maakten plaats voor winkels en sociale woningbouw. Soest was hierdoor minder aantrekkelijk geworden en stuk voor stuk sloten de hotels en pensions hun deuren. Bekende hotels waren Hotel Trier, Hotel Eemland en het Oranjehotel.
In de jaren daarna breidde Soest zich verder uit. De wijken Klaarwater en Smitsveen in de jaren '70. Overhees in de jaren '80. De meest recente uitbreiding is de Boerenstreek, waar vanaf 1997 in vier etappes gebouwd wordt. Soest telt nu circa 45.500 inwoners.
SOEST Soest Nederlandse Utrecht Soesterberg Soestduinen Nederlands Soest
- Soest
De Soyse Suysen Engh
Geschiedenis Soesterduinen Ongeveer Christus enkele Monnikenbos Christus
De eerste Amersfoort Utrechtse Heuvelrug Zuiderzee Eempolder kolonie buurtschap Overhees Hees
Soest regelmatig plaats Holland Mariënburg Maarten Rossum klooster Zoestdyck Turfsteken Soesterveen Praamgracht Amsterdam tussen Baarn Hofstede Zoestdijck Paleis Soestdijk Baarnse Willem boerendorp waren Soester Paardentram telde inwoners aantal buitens zodat oppervlakte woningbouw geworden hotels Bekende Hotel Trier Eemland Oranjehotel
In jaren wijken Klaarwater Smitsveen Boerenstreek