Rekken is een dorp binnen de gemeente Berkelland in de Achterhoek, provincie Gelderland. Rekken ligt op een steenworp afstand van de Nederlands-Duitse grens. Rekken bestaat uit twee verschillende kernen, gescheiden door het riviertje de Berkel, dat enkele honderden meters oostelijk Nederland binnenstroomt.Rekken is voor de internationale luchtvaart een bekende locatie doordat ongeveer 5 km ten noordoosten van Rekken een radionavigatiebaken genaamd 'Rekken' staat. Het baken Rekken maakt deel uit van een drukke oost-west luchtroute.
Geschiedenis van Rekken
De buurschap en het latere kerkdorp Rekken wordt voor het eerst als "Reke" in een 13e eeuws document vermeld. In 1316 is er sprake van de marke Rekene. In 1379 wordt op de noordoever van de Berkel een van de parochiekerk te Eibergen afhankelijke kapel gesticht. Het kerspel Eibergen, dus inclusief Rekken, behoorde kerkelijk tot het bisdom Munster en wereldlijk tot de heerlijkheid Borculo, die op zijn beurt een Munsters leengoed was. Eén van de belangrijkste goederen in het noordelijk deel was de hof Odink. Deze hof was oorspronkelijk een bezit van de abdis van het Stift Vreden. Aan Odink was het erfmarkerichter- of erfholtrichterschap van de mark van Rekken verbonden. Het Stift heeft de Hof in de 14e eeuw verkocht aan de heren van Solms tot Ottenstein. Door het huwelijk van Otto van Bronckhorst en Borculo met Agnes van Solms in 1418, kwam de hof Odink en daarmee ook het erfmarkerichterschap van Rekken in handen van de heren van Borculo.
Op 20 december 1615 wees het Hof van Gelderland in een omstreden vonnis, de heerlijkheid Borculo en daarmee Rekken toe aan graaf Joost van Limburg en Bronkhorst. Daarmee kwam Rekken in de invloedssfeer van het graafschap of kwartier van Zutphen, een van de drie samenstellende kwartieren van het voormalige Hertogdom Gelre. Een gevolg was dat de Eibergse kerk, waartoe de kapel van Rekken behoorde, toegewezen werd aan de Nederduits Gereformeerde Kerk. Rekken behoorde tot 1651 tot het kerspel Eibergen. In dat jaar werd Rekken een zelfstandige kerkelijke gemeente, waaraan actief werd bijgedragen door de gereformeerden uit het in het Munsterland gelegen kerspel Vreden.
De komst van vorstbisschop Bernhard von Galen in 1650 en meer in het algemeen de Vrede van Münster in 1648, had aan weerszijden van de grens ingrijpende gevolgen voor de niet door de respectievelijke overheden toegestane religies. Voor katholieken in de Heerlijkheid Borculo en Groenlo werd het moeilijker hun geloof uit te dragen, hetgeen in 1651 leidde tot de oprichting van een kerk net over de grens in het Zwilbroek.
Anderzijds moesten de gereformeerden uit Vreden steeds meer gebruik maken van de kapel in Rekken. Zij waren grote voorstanders van de verzelfstandiging van Rekken, hetgeen bereikt werd met de benoeming van dominee Keitwerdius op 1 oktober 1651 tot predikant aldaar. Zwilbroek en Rekken zijn te beschouwen als politieke kerkstichtingen, omdat ze door de respectievelijke landsheren flink ondersteund werden.
Een ander goederencomplex was geformeerd rond de havezate Borgh of Merveld, gelegen op de noordelijke Berkeloever nabij de kapel/kerk van Rekken. Van deze havezate zijn tot nu toe niet veel Middeleeuwse bronnen bekend. De bezitter ervan was mede in het genot van het jachtrecht in de heerlijkheid Borculo. Ook lijkt er sprake te zijn van invloed op de gang van zaken in kerkelijk Rekken, althans in het begin van de 17e eeuw. In de 18e eeuw deelde de havezate het lot van de meeste havezaten in de Achterhoek, namelijk verval, degradatie tot boerderij en in het onderhavige geval zelfs algehele sloop.
Nadat met het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vrijheid van godsdienst een feit was, vestigden katholieken zich op de zuidoever, met als voltooiing de in de late 19e eeuw gebouwde kerk van de Heilige Martelaren van Gorcum, die eerst nog een kapel van de Mattheusparochie van Eibergen was. Deze kapel/kerk is gesticht op gronden van de katholieke boeren Poppink, Bots en Gieber. De school en de huizen aan de noordzijde van de Rekkenseweg op het Kip zijn gebouwd op gronden van het nabij gelegen erve Bots.
Rekkense Inrichtingen
Het voormalig veengebied ten noorden van Rekken is in het begin van de twintigste eeuw ontgonnen door en ten behoeve van de Rekkense Inrichtingen. De oorspronkelijke verpleegden waren mannen die ter beschikking gesteld aan de regering waren. Zij hebben, samen met hun begeleiders, met eenvoudige middelen het veen ontgonnen en omgevormd tot een landelijke, agrarische omgeving.